Het Gebouw

Het Kerkgebouw

Als je de Aelbrechtskolk op loopt, wandel je er haast aan voorbij. Het onderscheid met de oude (pak)huizen in de omgeving is gering. Alleen vanaf de overkant van het water valt de Oude of Pelgrimvaderskerk met de karakteristieke gevel en het klokkentorentje echt op. Des te opvallender is de ruimte als je het kerkje in gaat. Het gebouw ligt 'georiënteerd', wat inhoudt dat het koor naar het oosten is gericht.

In de rooms-katholieke tijd lag hier het altaar, nu echter de preekstoel. Het gebouw heeft de vorm van een Latijns kruis. De voorgevel is met zijn Régencestijl vrij uniek. Alleen de gevel van de kerk te Westzaan uit 1740, heeft er wat van weg. De halsgevel is afgezet met lijstwerk dat uitloopt in een halve cirkel. Midden boven die halve cirkel is in een steen vaag het wapen van Delft te zien. De gevel heeft in het midden een groot rondboogvenster met daarboven een zelfde venster in kleinere uitvoering. Boven dit venster zit een zonnewijzer. Boven de ingangen bevinden zich ook twee vensters.

De Sint-Antoniuskapel

Hoewel het naburige dorp Schoonderloo een parochiekerk bezat, waren de stijgende welvaart en de bevolkingsaanwas van Delfshaven in 1416 reden om een eigen kapel te bouwen. Hiervoor gaf graaf Willem van Holland, de zoon van Aelbrecht, toestemming. De kapel werd gewijd aan Maria en Sint Antonius. In 1417 was de Sint-Antoniuskapel klaar. In 1464 werd door de gebroeders Hoerken een grote klok (diameter: 1.02 meter, hoogte 1.12 meter) gegoten, die in een klokkenhuis kwam te hangen.
De oudst bekende afbeelding van de kerk dateert uit 1512 en betreft een 'kaart van de drie Schieën'. De voorgevel van de kerk heeft op deze vogelvluchtkaart aan de rechterkant een rechthoekige uitbouw. Het klokkenhuis staat ten noorden van de kerk aangegeven. Op een prent uit 1667 staat het klokkenhuis rechts (ten zuiden) van de kerk. Twee huisjes staan op deze prent tussen de kerk en het klokhuis in.
Een rekeningenboek over de jaren 1529/1530-1551/1552 geeft een aardig overzicht van de onderhoudswerkzaamheden die in die tijd in de kerk werden uitgevoerd. Zo is de kerkvloer met drie schepen zand opgehoogd, waarna metselaars de vloer hebben gelegd. In 1546 vond er een verbouwing plaats van het koor en het kruiswerk, dus de oostkant en de dwarsbeuk.

De verbouwingsplannen van 1728

De kerk had een lage bouw en hoe onpraktisch dit was bleek in de achttiende eeuw. Vooral in de winter was het zeer benauwd. Bij drukbezochte diensten werd menig kerkganger 'voor dood ' weggedragen. De belangrijkste oorzaak hiervan waren de stoven. Een kerk verwarmen was vroeger een hele klus. Centrale verwarming kende men niet, laat staan vloerverwarming. Om mensen niet in de kou te laten zitten, gebruikte men stoven: kleine houten kistjes met een test van aardewerk, waarin zich gloeiende kooltjes bevonden die de voeten warm moesten houden. Maar in de lage kerk bleven de verbrandingsgassen hangen, wat, met de waterdamp van kleding en mensen zuurstofgebrek veroorzaakte.
Om de luchtcirculatie te verbeteren maakte men in 1728 plannen om de kerk aan de noordkant met drie meter te verbreden. Deze verbouwing is niet doorgegaan, maar dankzij de bouwtekening weten we hoe de kerk er in die tijd ongeveer uitzag. De ingang van de kerk was in het midden van de voorgevel. De preekstoel was bevestigd aan de voorste kolom van de zuidkant. De preekstoel was omgeven door het kerkenraadshekje. Recht tegenover de preekstoel aan de noordmuur stond de 'bank van de regering'. In de zuidgevel van de kooruitbouw was een deur naar een piepklein rommelhuisje voor de koster (nu consistorie)

De restauraties van 1733-1734 en 1761

In 1732 werd in opdracht van het Delftse stadsbestuur een onderzoek gedaan naar de bouwkundige toestand van de kerk. De conclusie van dit onderzoek luidde dat nieuwbouw niet nodig is. Alleen de kolom waaraan de preekstoel was bevestigd en de kolom daar recht tegenover waren aan vernieuwing toe. Tevens pleitten de onderzoekers voor verplaatsing van de preekstoel en de dooptuin naar het koor, en voor meer zitplaatsen in de kerk. Naar aanleiding van het onderzoek volgde in 1733-1734 een verbouwing. Er werden twee nieuwe kolommen gebouwd, tevens werd de voorgevel vernieuwd.
Omdat de klachten over de slechte luchtcirculatie bleven aanhouden, besloot men in 1760 de kerk alsnog grondig te restaureren. In totaal werd het gebouw zo'n 3,6 meter verhoogd. De kerk ging toen lijken op het gebouw dat we nog steeds kennen. De restauratie begon op 1 april 1761 en duurde vijf maanden. Gedurende de restauratie kerkte de gemeente in een pakhuis. De grote verbouwing werd betaald met geleend geld.
Voor een toren bleef geen geld meer over. Dat de koepeltoren er in 1761 toch kwam, is te danken aan het Delftse stadsbestuur. De burgemeesters en regenten vonden dat zo 'n torentje niet alleen het aanzien van de kerk maar ook van Delfshaven sterk zou verbeteren. In het torentje kwam de grote klok te hangen, waardoor het klokhuis overbodig werd.

Het Eben-Haëzergebouw uit 1890

Dankzij een schenking verrees in 1890 achter de kerk een gebouw met de geveltekst 'Eben-Haëzer' (Hebreeuws voor 'steen der hulp'). De gevers, kerkvoogd Hermanus Lengkeek en zijn vrouw Maria Twigt, zijn vereeuwigd in een gedenksteen in het gebouw.

Het Eben-Haëzergebouw kon in 1890 worden gebouwd dankzij een gift van kerkvoogd Hermanus Lengkeek en zijn vrouw Maria Twigt. Het gebouw is in 1994 gerestaureerd. Een jaar later is hier het 'Pilgrim Fathers Memorial' geopend.

De restauratie van 1937

Delfshaven had regelmatig te lijden van overstromingen, waarbij het water wel 60 cm. hoog in de kerk stond. Verzakkingen van de muren en kolommen maakten in 1937 een ingrijpende restauratie noodzakelijk.
Er kwam een centrale verwarming die de kolenkachels verving. In plaats van ramen met houten sponningen kwamen er aan de zijkant glas-in-loodramen. De twee voorste kolommen bleken zo rot dat vervanging nodig was, voor de oorspronkelijk ronde kolommen kwamen vierkante van zandsteen. De overige verzakte kolommen werden in het lood gezet. Ook werd de eikenhouten lambrisering in het koor aangebracht.

De restauratie van 1992-1998

Aan het eind van de jaren tachtig zag de kerk er verwaarloosd uit en waren opnieuw grote herstelwerkzaamheden noodzakelijk. De hervormde gemeente, de eigenaar van de kerk, had echter te maken met een teruglopend ledental en een afnemend eigen vermogen. Omdat zij toenemende problemen voorzag, werd contact gezocht met de Stichting Oude Hollandse Kerken. In 1992 nam de stichting het kerkgebouw over en werd begonnen met een grote restauratie. De subsidie was vastgesteld op circa 1 miljoen gulden, de totale kosten van de restauratie bedroegen circa 3 miljoen. Het restauratieplan werd opgesteld door de Haagse restauratiearchitect Laurens Vis.
Naast herstelwerkzaamheden dienden ook nieuwe voorzieningen te worden aangebracht om multifunctioneel gebruik mogelijk te maken. Zo werden de banken in het midden vervangen door losse stoelen en werd het naastgelegen kerkelijk bureau ingericht als ontvangstruimte annex foyer. Dit pand was inmiddels aangekocht door de Stichting Volkskracht Historische Monumenten. De stichting kon het, na restauratie, terughuren van Volkskracht. Dit huis wordt nu het ‘Klockhuys’ genoemd, omdat hier vroeger een klokkentoren heeft gestaan. Ook de bovenliggende woningen werden gerenoveerd en worden thans verhuurd.
Begonnen werd met de consolidatie van het dak, de goten en de hemelwaterafvoeren. Het jaar daarna werden het hoge gedeelte van het schip, de scheuren in de muren en het stucwerk, de glas-in-loodramen in het koor en het meubilair hersteld. Ook werden voorzieningen zoals verwarming en toiletten, nodig om de kerk verhuurbaar te maken voor andere dan kerkelijke activiteiten, aangebracht.

In 1994 volgde het herstel van het Eben-Haëzergebouw. In dit gebouw bevindt zich de Ankie Verbeek-Ohrzaal, vernoemd naar wijlen wethouder mevrouw Ankie Verbeek-Ohr, met een permanente expositie over de geschiedenis van de Pelgrimvaders. Deze zaal en expositie werden in 2009 opnieuw ingericht. In 2009-2010 werd de ‘Leerkamer’ aangepakt, en opnieuw ingericht tot een vergader- en lesruimte, voorzien van multimediafaciliteiten. In 1998 kon de kerk feestelijk in gebruik worden genomen. Alleen het Bätz-Witte orgel wachtte nog op restauratie.